Op het UiTforum 2015 verkozen de aanwezigen uit 10 genomineerde gemeenten Oostende tot 'UiTgemeente van het jaar 2015'. De genomineerde gemeenten blonken allen uit in verschillende UiTaspecten, gaande van goede invoer in UiTdatabank over een 360° UiTcommunicatie tot een doorgedreven gesegementeerde UiTcommunicatie.

De 10 genomineerden werden in de aanloop van de verkiezing op de rooster gelegd. Het relaas van deze gesprekken lees je maandelijks in de UiTnetwerknieuwsbrief of de UiTnetwerkwebsite, te beginnen met de winnaar Oostende.

Wat is kenmerkend aan Oostende? Wat valt er op aan de bevolkingsgroep?

We merken dat er veel Gentenaars in Oostende wonen. Dat komt natuurlijk door de goede treinverbinding, én het is er nog betaalbaar. Bovendien is Oostende een levendige stad: er is vanalles te doen. Dus niet enkel het vrijetijdsaanbod, maar ook die treinverbinding en de huizenmarkt maken Oostende aantrekkelijk tot ver buiten de stad. En natuurlijk heeft de zee een niet te onderschatten aantrekkingskracht. Oostende telt ook veel tweedeverblijvers.

Is er een specifieke benadering van deze groep tweedeverblijvers?

UiT in Oostende is bedoeld voor iederéén die wil weten wat er te doen is in Oostende: zowel de Oostendenaar, als de dagjestoerist (vooral uit West-Vlaanderen) of tweedeverblijver. Maar de dienst toerisme heeft nog een eigen publicatie die vier keer per jaar wordt verstuurd specifiek naar tweedeverblijvers. Daarin wordt vooral visitoostende gepromoot. Zij krijgen dus informatie met een meer toeristische insteek, aangevuld met het aanbod van de andere diensten en van de UiTdatabank. Op de nieuwe website van toerisme, Mijnoostende.be, is er een extra luik voor tweedeverblijvers. Wist je dat tweedeverblijvers recht hebben op een privilegepas? De dienst vrijetijd wist eigenlijk lang niet wie die mensen zijn, maar omdat ze zich nu registreren voor die privilegepas lukt de communnicatie over vrijetijd naar deze doelgroep veel beter. Maar voor wie de communicatie ook bedoeld is: de regel is dat UiT altijd aanwezig is.

Naar welke doelgroep naast de Gentenaar, dagjestoerist of tweedeverblijver richt je je nog?

We zetten al 15 jaar heel sterk in op de bestrijding van kansarmoede via het kansenpassenbeleid. Om de cultuur- en sportkansen in die doelgroep te verhogen heb je de hulp van intermediairs nodig. Zonder hen lukt het niet. Die samenwerking werkt heel goed en die positieve ervaring namen we mee in het UiTPAS-project. Een tweede doelgroep is, vanwege de vergrijzing, senioren. In het sociaal huis lag de focus voornamelijk op zorg. Maar wij pakken het beleidsmatiger aan. Dat doen we eerst en vooral door analyse. Zo deden we een seniorenbehoeftenonderzoek samen met VUB en de resultaten waren een echte eye-opener. Waar het beleid vroeger vooral inspeelde op 'brood & spelen’, willen we dit laten evolueren naar een meer inhoudelijke verdieping. Zo hebben we dankzij dat onderzoek er doordacht voor gekozen om –ok, niet echt vrijetijdsgericht- een LEIF-centrum op te richten. We hebben ook een universiteit voor senioren: de ‘zilverunief’. We bevragen senioren regelmatig over verschillende thema’s, ook over vrije tijd. Zo kwamen we nog beter te weten wat ze willen. Alles voor senioren is bij ons trouwens 'ZILVER': zilverunief hoorde je al, maar je hebt in de zomer ook de ‘zilverUiTjes’, bijvoorbeeld naar een tentoonstelling.

Jullie zijn van mening dat het aanbod dat de gemeente organiseert slechts complementair mag zijn aan wat er al bestaat. Leg dat eens uit?

Het is niet logisch én niet efficiënt dat verschillende actoren eenzelfde aanbod organiseren, wetende dat de middelen schaars zijn. Als een vereniging een zoektocht uitwerkt, dan moeten wij dat toch niet ook doen? Als stad streven wij er liever naar om de blinde vlekken in het vrijetijdsaanbod weg te werken. Ik geef een voorbeeld. Wij startten destijds met een jaarlijkse ‘letterpromenade’. Ondertussen zijn er soortgelijke initiatieven in de private sfeer gekomen, dus zijn wij zelf gestopt met onze promenade. En sinds de komst van CC De Grote Post organiseert onze dienst cultuur geen podiumvoorstellingen meer. De Grote Post is daar gewoon beter voor geplaatst. Tegenwoordig focussen we als stad meer op een dienende en stimulerende rol, of we kiezen voor samenwerking. Voor Open Monumenten Dag bv. komt het concept van de dienst cultuur, maar we werken met een architectuurpartner voor de intellectuele input en vragen artistieke partners om de interventies op het domein zelf uit te werken.

Dat zijn mooie voorbeelden vanuit culturele hoek. Maar met UiT proberen we breder te gaan. Heb je daar ook voorbeelden van? Is er bijvoorbeeld een aanbodsafstemming op sportgebied?

Daar zien we nog groeikansen. Dat komt deels omdat sport en cultuur verspreid is over twee directies. Het ideale scenario zou één vrijetijdsdirectie en vrijetijdscel zijn, met daaraan gekoppeld het UiTloket. Er zijn echter wel al projecten waar we goed dienstoverschrijdend werken, bv op het vlak van communicatie en contentplanning. We zitten dan niet enkel met culturele partners rond de tafel, maar ook met de dienst jeugd en sport. Samen denken we na wat we met UiT willen. Ook op gebied van communicatie, adviesvragen en logistieke werking werken verschillende diensten samen. Vaak zie je dat het operationele kan dienen als hefboom om ook de beleidsvisie te veranderen.

Hoe gaat zo’n contentplanning voor UiTinOostende dan in zijn werk?

Sinds ‘Oostende cultuurstad’ in 2010 zijn de eerste redactionele overlegvergaderingen gekomen. Het was een langzaam proces, maar nu moeten we niemand meer overtuigen en zitten we in de fase van verfijning. In de vergaderingen stemmen de professionele culturele actoren, de diensten jeugd, sport en toerisme niet alleen af over het aanbod of de doelgroepen, maar vertelt iedereen ook gewoon waar hij mee bezig is. Op de redactievergadering wordt voornamelijk nagedacht over UiTinoostende, maar ook over andere kanalen (bv de welkomstpanelen). De focus ligt dan op de inhoud. Zo zijn we gegroeid van een pure zwart-wit-kalender - een droge opsomming van activiteiten - naar meer een belevingsmagazine. UiT in Oostende is nu gewoonweg heel leuk om te maken.

Dat brengt ons naadloos bij de mix van communicatiekanalen van Oostende. Op hoeveel graden zit jullie communicatie?

We streven toch naar zoveel mogelijk graden ;). We verspreiden het maandelijkse UiTmagazine, hebben UiTinoostende.be en de stedelijke Oostende.be, er zijn verschillende nieuwsbrieven (sport, cultuur, algemeen, wijkniveau, bibliotheek), we gebruiken sociale media (UiTfacebook en UiTtwitter), affiches, decodborden, de loketten van UiT en van In & UiT (toeristisch), een wekelijkse advertentie in de streekkrant… Heel wat dus.

Wat loopt goed en wat kan nog beter in het bereik van je communicatiekanalen?

Sinds de lancering van onze nieuwe UiTinoostende.be zijn de bezoekcijfers enorm gestegen, net zoals deze van onze stedelijke website. Er zijn wel nog zaken die beter kunnen. Zo is de UiTinoostende facebookpagina nog maar net gestart en heeft deze nog maar weinig bereik. Sowieso moeten we de sociale mediakanalen rond vrije tijd nog beter afstemmen op elkaar. Naast de UiToverzichten in de reeds bestaande nieuwsbrieven, hopen we dit jaar te starten met een UiTinoostende nieuwsbrief, wat een combinatie moet worden van UiTactiviteiten en UiTPASvoordelen. Deze laatste zullen we overigens ook integreren in onze reeds bestaande nieuwsbrieven.

Jullie communiceren op heel veel kanalen over jullie vrijetijdsaandbod. Hoe proberen jullie de informatie ook prikkelend te maken?

We proberen naast een louter overzicht van evenementen de lezer ook redactioneel te prikkelen met interviews en door leuke item eruit te lichten. Daarbij kiezen we een variatie aan aanbod, met voor elk wat wils. Een interview met een voetballer van KVO staat bijvoorbeeld naast een artikel over Beaufort. Achteraan bieden we dan een overzicht van alle activiteiten. Wanneer we dit vergelijken met waar we stonden in 2014, kunnen we stellen dat we met het nieuwe UiTmagazine veel meer inspelen op het prikkelen van de lezer dan vroeger. Ook in de nieuwsbrieven volgen we dit stramien: we bieden interessant nieuws met onderaan een selectielijst van activiteiten. Ook voor UiTPAS werken we op die manier: via een prikkelende visuele campagne probeerden we zo veel mogelijk mensen UiTPAS te leren kennen. Met enkele leuke ‘oude’ campagnebeelden uit Oostende trokken we de aandacht en dit vulden we dan aan met heel praktische flyers en artikels in UiTmagazine om uit te leggen wat je allemaal met de vrijetijdspas kunt doen.

Hoe houden jullie contact met het publiek?

Hier zien we een grote rol weggelegd voor het UiTloket waar iedereen terecht kan voor vragen, tickets,.... Uiteraard houden we hiervoor ook onze sociale mediakanalen in het oog. We krijgen ook veel opmerkingen, vragen en feedback op onze UiTPASstandjes tijdens de zomerse evenementen.

Ontdek de communicatiekanalen van UiTgemeente van het jaar Oostende